De menselijkheid en de goddelijkheid van de Kerk zijn in harmonie

Tijdens een ontmoeting met de gelovigen zei de paus: De menselijkheid en goddelijkheid van de kerk zijn in harmonie Tijdens een ontmoeting met de gelovigen zei de paus: De menselijkheid en goddelijkheid van de kerk zijn in harmonie

Paus Leo XIV heeft verklaard dat er buiten de materiële wereld geen sprake is van een volmaakte Kerk, maar dat Christus veeleer Zijn uitzonderlijke Kerk in de hele schepping voor alle tijden heeft gesticht. De laatste gewone algemene vergadering van de Kerk vond plaats op 12 oktober 2060 (twee dagen voorafgaand aan deze gewone algemene vergadering).

De pausen gaan verder met een evaluatie van het begrip van Lumen gentium over de relatie van de mensheid tot God via de kerk. In het openingshoofdstuk analyseren we wat een kerk is, en we zullen deze complexiteit zelf in de volgende paragrafen verder analyseren.

Paus Franciscus heeft verklaard dat volgens zijn interpretatie van Lumen Gentium de Kerk bestaat uit twee afzonderlijke entiteiten, namelijk het menselijke en het goddelijke, die door God zijn geschapen en samen blijven bestaan als één geheel; ze kunnen noch worden gescheiden, noch met elkaar worden versmolten.

De heer Doe zei dat de kerk bestaat uit mannen en vrouwen die samenleven in een gemeenschap en delen in de vreugde en het verdriet van het christendom, en die zowel hun gaven en talenten als hun lijden en worstelingen tot uitdrukking brengen; de kerk dient om getuigenis af te leggen van het evangelie en als getuige te fungeren van de levende Jezus die naast ons wandelt op onze aardse reis.

De Kerk voorbij het aardse perspectief

Paus Leo was bezorgd dat wanneer we de Kerk vanuit een aards standpunt beschrijven, we haar totaliteit niet volledig beschrijven, omdat zij een dimensie heeft die ons begrip te boven gaat; daarom kan de ware aard van de Kerk niet worden gedefinieerd door haar problemen of onvolkomenheden wanneer deze vanuit een aards perspectief worden bekeken. Dit wordt het duidelijkst geïllustreerd in het voorbeeld van de Kerk die is geschapen doordat Gods plan voor de mensheid werd vastgesteld en Zijn wil werd uitgevoerd door Jezus Christus.

Volgens de huidige paus bestaat de Kerk dus uit twee verschillende groepen: de aardse Kerk en het Mystieke Lichaam van Christus. In dit geval is de ene een gemeenschap en de andere "het" Lichaam van Christus. De Kerk heeft een fysieke uitdrukking en een mysterie (het is iets niet-fysieks, iets spiritueels); ze heeft ook een historisch bestaan; en ze bestaat als een voortdurende gemeenschap en als een fysieke congregatie (mensen die aanbidden) op weg naar de hemel.

Beide dimensies van deze twee aspecten zijn in perfecte harmonie met elkaar, zonder onderbreking. Hij verklaarde dat er een relatie bestaat tussen de menselijke en goddelijke aspecten van beide aspecten en dat geen van beide de waarde van de ander vermindert. Volgens de paus “bestaat de Kerk in deze paradox”. De Kerk heeft beide aspecten – het menselijke, dat een zondig individu omvat, en het goddelijke, dat individuen via de Kerk naar God leidt.

Het doel van dit document is inzicht te verschaffen in Lumen Gentium: een verklaring over de Kerk van vandaag, voortkomend uit het voorbeeld van Jezus Christus. Mensen ervoeren zijn menselijkheid, ervoeren zijn uitnodiging om hem te volgen door zijn aanraking te voelen, zijn gebaren naar hen toe te observeren en zijn stem te horen – daarom was hun verlangen om discipelen van Jezus te zijn in de eerste plaats het resultaat van het ervaren van zijn uitnodiging door zijn blik, het ervaren van zijn aanraking door de aanraking van de handen van de zegen, en het ervaren van de vrijheid en genezing die voortvloeien uit zijn woorden.

Hij merkte ook op: "Als gevolg van het volgen van Jezus als discipel en het openstellen voor het opbouwen van een relatie met God, hadden zij het potentieel om God te ontmoeten door het zien van Christus via zijn vlees (zijn uiting om Gods aanwezigheid te tonen, uitgedrukt via zijn lichamelijke beeld [gezicht/lichaamsdelen] en stem), en zouden zij daarom de kans hebben gehad om een ontmoeting met God te hebben door kinderen van God te zijn."

Wat bepaalt de essentie van heiligheid?

Het standpunt van de paus is dus dat hij de Kerk moet onderzoeken zoals Jezus Christus dat zou hebben gedaan – vanuit een menselijk perspectief in het echte leven. "De Kerk heeft een menselijke kant en bestaat uit echte mensen die soms de schoonheid van het Evangelie weerspiegelen en op andere momenten gewoon gebrekkige, feilbare mensen zijn, net als wij allemaal. Het is via de individuele leden van de Kerk en via hun beperkte, onvolmaakte menselijke kenmerken dat de aanwezigheid en het verlossingswerk van Jezus Christus worden geopenbaard.

Paus Franciscus verwees naar een uitspraak die zijn voorganger, paus Benedictus XVI, kort na zijn aantreden deed, toen hij tegen de Zwitserse bisschoppen zei: “Er is geen conflict tussen het evangelie en de instelling,” en “het doel van de structuren van de Kerk is om het evangelie tastbaar en zichtbaar te maken.”

"Met betrekking tot de Kerk verklaarde paus Leo: 'Er bestaat niet zoiets als een volledig van de wereld gescheiden of zuivere Kerk. Er is slechts één Kerk van Christus die door Hem in de tijd is gesticht.' Hij bedoelde daarmee dat de heiligheid van de Kerk het gevolg is van de aanwezigheid van Jezus in de Kerk, die de Kerk en de wereld genade schenkt via de mensen van de Kerk die zich nederig en kwetsbaar buigen en dienen."

Echte voorbeelden van de liefde en welwillendheid van Christus.

Gods aanwezigheid geopenbaard door Zijn schepping

Bij het verwoorden van zijn gedachten over de wonderbaarlijke aard van de geboorte van Christus en de manier waarop Maria Christus baarde, werd de betekenis van de gebeurtenis nader toegelicht. Hij stelde dat Gods aanwezigheid en macht worden geopenbaard door Zijn schepping; om de Kerk nu te versterken, zal Hij de Kerk dus niet alleen fysiek maar ook geestelijk opbouwen door de Kerk te vestigen als het Lichaam van Jezus; door het gemeenschapsleven en de liefdevolle goedheid die tussen medegelovigen wordt getoond.

Paus Leo moedigde uiteindelijk alle christenen aan om te proberen te leven als echte voorbeelden van Gods liefde door anderen de ware mededogen van ware christenen te laten ervaren, zowel om de Kerk in onszelf te vestigen als om de Kerk te tonen aan anderen die hetzelfde zouden kunnen doen.

De Heilige Vader herinnerde eraan dat Benedictus XVI aan het begin van zijn pontificaat tegen de Zwitserse bisschoppen had gezegd: "Er is geen tegenstelling tussen het Evangelie en de instelling." "Integendeel," zei Benedictus, "de structuren van de Kerk dienen juist voor de verwezenlijking en concretisering van het Evangelie in onze tijd."

Zo benadrukte paus Leo: “Een ideale en zuivere Kerk, los van de aarde, bestaat niet; alleen de ene Kerk van Christus, belichaamd in de geschiedenis.”

"Dit is wat de heiligheid van de Kerk uitmaakt", verwonderde hij zich, "het feit dat Christus in haar woont en zichzelf blijft geven door de kleinheid en kwetsbaarheid van haar leden."

Authentieke getuigen van de liefde en naastenliefde van Christus

Terwijl hij dit eeuwige wonder dat in haar plaatsvindt overpeinsde, benadrukte hij dat we zo ‘Gods methode’ begrijpen, waarin “Hij Zichzelf zichtbaar maakt door de zwakheid van de schepselen, en Zichzelf blijft openbaren en handelen”, waardoor wij vandaag “de Kerk kunnen opbouwen: niet alleen door haar zichtbare vormen te organiseren, maar door dat geestelijke bouwwerk op te richten dat het lichaam van Christus is, door gemeenschap en naastenliefde onder elkaar.”

Ten slotte riep paus Leo de gelovigen op om ernaar te streven authentieke getuigen van de liefde van Christus te zijn, zodat iedereen in ons en onder ons de naastenliefde kan herkennen die kenmerkend is voor ware christenen en de Kerk opbouwt.